Boven de Algarve ligt de dun bevolkte streek Alentejo met golvende vlakten met graan, wijnranken, olijfbomen en kurkeiken. De witte dorpjes, kastelen en vooral de rust en ruimte maken de Alentejo erg aantrekkelijk.
Langs de Spaanse grens is de Alentejo rotsachtiger en vind je, hoog op de heuvels, prachtige slaperige kasteeldorpjes. Évora is de meest bekende stad met een middeleeuws centrum, kathedralen, kloosters en macabere kapellen met beenderen.
De Alentejo heeft een aangenaam klimaat hoewel het in de zomer behoorlijk warm kan zijn. De vele stuwmeren en de azuurblauwe zee met zijn natuurlijke baaien zorgen voor verkoeling.
Alto Alentejo
In het bovenste deel van de Alentejo gaan de grote vlakten over in rotsachtig terrein met versterkte dorpjes. Er grazen veel schapen en de grond is uitstekend geschikt voor wijnbouw. De beste wijnen van Portugal komen uit dit deel van de Alentejo.
Naast Évora zijn vele dorpen en steden de moeite van het bezoeken waard. Marvão en Monsaraz worden beschouwd als twee van de mooiste. Het zijn witte middeleeuwse gehuchten die spectaculair liggen en waar je even terug in de tijd stapt.
Baixo Alentejo
In het onderste gedeelte van de Alentejo vind je vooral kurkeiken en olijfbomen. In het voorjaar is de streek een zee van veldbloemen en in de zomer steken de gele zonnebloemen mooi af tegen de droge rode grond.
Beja is één van de bekendste plaatsen, met Romeinse opgravingen in de buurt. Mértola is een spectaculair op de rotsen gebouwd kasteeldorp met keienstraatjes.
Aan de westkust van de Alentejo liggen te midden van natuurgebieden kleine vissersdorpjes, badplaatsjes en prachtige stranden.
Controleer het e-mailadres en probeer opnieuw






